Broedsucces legt kwetsbaarheid bloot

Het voorjaar van 2026 laat zien hoe sterk het broedsucces van weidevogels samenhangt met de aanwezigheid van veldmuizen.

In verschillende delen van het werkgebied zijn de muizenaantallen hoog, wat lijkt te leiden tot opvallend goede resultaten in de nestfase voor weidevogels zoals grutto, tureluur en kievit.

De verklaring daarvoor is eenvoudig. Predatoren zoals vos, steenmarter, hermelijn, bunzing, bruine kiekendief en andere roofdieren vinden momenteel volop muizen als voedselbron. Daardoor blijven nesten en jonge kuikens van weidevogels vaker ongemoeid. In het veld wordt gezien dat meer legsels succesvol uitkomen en dat meer kuikens de eerste, kwetsbare levensweken overleven.

Dat is uiteraard goed nieuws voor de weidevogels, maar tegelijkertijd legt het een ongemakkelijke werkelijkheid bloot. Het is eigenlijk van de zotte dat het succes van een weidevogelseizoen zo sterk afhankelijk is van de aanwezigheid van een alternatieve prooisoort. Wanneer er veel muizen zijn, krijgen weidevogels meer kansen. Wanneer de muizenstand instort, verschuift de aandacht van predatoren weer naar nesten en kuikens van weidevogels, met vaak dramatische gevolgen voor het broedsucces.

Deze situatie roept de vraag op of er niet meer ruimte moet komen voor effectief predatiebeheer in gebieden waar weidevogelbescherming een belangrijke maatschappelijke opgave is. Agrariërs, vrijwilligers en terreinbeheerders investeren veel tijd en middelen in kruidenrijke graslanden, aangepast maaibeheer, waterbeheer, rust en openheid in en rondom het veld. Zonder een passende aanpak van predatie dreigt een belangrijk deel van die inspanningen verloren te gaan.

De eerste signalen uit het veld zijn positief en wijzen op een hoger aantal grootgebrachte kuikens dan in voorgaande jaren. Toch zijn de jonge vogels er nog niet. In de laatste fase richting zelfstandigheid blijven vliegende predatoren zoals blauwe reigers, bruine kiekendieven en buizerds een risico vormen. Juist wanneer de kuikens groter worden en zich meer door het open landschap bewegen, kunnen deze roofvogels nog een aanzienlijke impact hebben op het uiteindelijke aantal vogels dat daadwerkelijk volwassen wordt.

Het agrarisch collectief blijft de ontwikkelingen nauwgezet volgen. Dit muizenrijke jaar laat zien hoeveel potentie er aanwezig is voor herstel van weidevogelpopulaties wanneer kuikens daadwerkelijk de kans krijgen om op te groeien. Tegelijkertijd onderstreept het de noodzaak om het gesprek over predatie en effectief weidevogelbeheer blijvend te voeren.

Foto’s ; J. Deinum