Door voor het weidevogelseizoen al roofdieren op te sporen, hebben vogels straks meer kans om jongen groot te brengen. Want, “er loopt meer rond dan we eigenlijk weten en denken”, zo vertelt vogelwacht Jetze Genee.

Lees het gehele artikel, en bekijk het filmpje op de website van Omrop Fryslân.

Er is geen vogelsoort waarvoor Nederland zo belangrijk is als de grutto Limosa limosa; het is dan ook om goede inhoudelijke redenen dat deze soort in 2015 gekozen is tot onze Nationale Vogel. Maar wat betreft de grutto gaat het om veel meer dan de vogel alleen. Deze soort symboliseert een platteland met een hoge biodiversiteit en landschappelijke waarde, iets wat tot het eind van de jaren ’70 van de vorige eeuw vanzelfsprekend was.

De RUG doet al jaren onderzoek naar de grutto in het werkgebied van de Súdwestkust. Download onderstaande het jaarverslag 2020 van de RUG.

Vanaf zaterdag 23 januari geldt in Nederland een avondklok  van 21.00 tot 4.30 uur. De avondklok is landelijk ingesteld vanwege de volksgezondheid. Er is geen uitzondering op dit moment om wildbeheer uit te voeren anders dan voor wild zwijn en valwild. Wel ligt vanuit o.a. (meerdere) provincies de vraag bij het Rijk om bestrijding van de vos als een noodzakelijke maatregel te kunnen zien en een uitzondering te maken op de avondklok. Alleen het Rijk is bevoegd om hierop te beslissen, de provincie Fryslân heeft verder geen bevoegdheid om van de landelijke COVID-19 maatregelen af te wijken dan/wel en een toestemming te verlenen. Voor beheer en schadebestrijding geldt dan ook de avondklok tenzij het Rijk een uitzondering heeft gemaakt. Tot op het moment van schrijven (8 maart ’21) heeft het rijk nog geen uitzondering gemaakt voor het bestrijden van de vos.

Bovenstaande is een forse streep door de rekening voor de bestrijding van de vos in het werkgebied van collectief Súdwestkust. De afgelopen jaren hadden we in al onze 11 mozaïeken de vos onder controle. In een paar mozaïeken is de vos tijdens het broedseizoen helemaal niet waargenomen. Dit resulteerde in bijna geen nest en kuiken predatie door de vos. Dit dankzij de inzet van de jagers en de vele uren die zij met de lichtbak op pad zijn geweest.

Momenteel krijgen wij vanuit ons hele werkgebied meldingen van vossen. Tevens zien we ze veelvuldig op camera’s voorbij komen. Dit baart ons zorgen. We zijn bang dat het aandeel nest en kuiken predatie door de vos dit jaar aanzienlijk hoger zal zijn dan de voorgaande jaren. Tel daarbij de aanwezigheid van een groot aantal andere predatoren bij op.

We stimuleren de jagers dan ook zoveel als mogelijk om toch op pad te gaan net voor of net na de avondklok. Ook vragen we de boeren en andere grondbezitters om zoveel mogelijk (kleine) maatregelen te treffen om de weidevogelgebieden predator onvriendelijk te maken.

Binnen de Europese subsidieregeling, POP3 Niet Productieve Investeringen 2e openstelling, heeft collectief Súdwestkust subsidie aangevraagd voor de aanschaf van een mobiele pomp. Begin maart is de pomp geleverd en door ons getest.

Met deze pomp kunnen we snel en eenvoudig een (greppel) plas-dras vullen, een hoogwaterpeil in een sloot realiseren, een zomer plas-dras aanleggen et cetera. De pomp kan vervoerd worden achter de auto, quad of trekker. Dit alles kan door 1 persoon gedaan worden en geeft minimale verstoring in het veld.

Een mooi aanwinst voor het collectief om de komende jaren nog meer natte gebieden te realiseren tijdens en na het broedseizoen!
Wil je gebruik maken van deze mobiele pomp t.b.v. de weidevogels, neem dan contact op met Jeroen de Vries

 

 

Dit project is mogelijk gemaakt door; Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland

Het weidevogelbroedseizoen van 2020 was een seizoen met veel extremen. Extremen in ons veranderende klimaat: natte winter, een schrale oostenwind in maart en droogte in de maanden april, mei en juni. Extremen in de aantallen predatoren die in onze provincie aanwezig zijn. 2019 was een goed muizenjaar, waardoor de predatoren veel jongen hebben grootgebracht. De effecten van deze extremen zagen we afgelopen voorjaar duidelijk terug in het veld…

In bijna alle mozaïeken in het werkgebied van collectief Súdwestkust lag de nestpredatie tussen de 50 en 70 procent. Op camera’s bij de nesten, dammen en andere strategische plaatsen in het veld zien we veelvuldig de hermelijn, wezel, steenmarter, bunzing, vos, bruine rat en (verwilderde) kat voorbijkomen. Onze vrijwilligers in veld zien regelmatig de buizerd, kiekendief en zwarte kraai naar de grond duiken om een ei en/of kuiken op te halen.

Willen we de weidevogels en andere grondbroeders voor Friesland en Nederland behouden dan zullen we op korte termijn wat moeten doen aan de predatiedruk. Hiervoor hebben we een lange adem nodig aangezien de wetgeving dit op dit moment nog niet toelaat. Vanuit Collectief Súdwestkust houden we hier in ieder geval druk op! Zo hebben we in de zomer van 2020 een brandbrief verzonden aan de Gedeputeerde Staten, Provinciale Staten en de gemeente Súdwest-Fryslân met als resultaat dat er een motie is ingediend binnen de Provinciale staten voor meer ruimte voor predatiebestrijding, een mooie opsteker! Eind 2020 hebben we bij de Provincie Fryslân onder de naam ‘Predatorluwe weidevogelkerngebieden’ een plan van aanpak met de daarbij benodigde ontheffingsaanvragen ingediend.

We hopen op een positieve reactie van de Provincie Fryslân maar tot die tijd moeten we roeien met de riemen die we hebben. U als grondgebruiker kan ons daarbij helpen. Onderstaande een overzicht van praktische tips die door boeren en andere grondbezitters uitgevoerd kunnen worden welke bijdragen aan het predator onvriendelijk maken van de weidevogelgebieden.

  • Verwijder bulten met sloot- en rietmaaisel en kuilpakken uit het open veld. Dit biedt een ideaal biotoop voor marterachtigen als hermelijn, wezel, bunzing en steenmarter, zowel gedurende de winter als slaapplaats en in het voorjaar als nestplaats.
  • Open maiskuilen zijn een dankbare voedselbron voor predatoren. De kuilbult afdekken, voorkomt dat predatoren hier eenvoudig van profiteren en de winterperiode relatief gemakkelijk overleven. Het is al voldoende dat het snijvlak afgedekt wordt met het beschermzeil. De bult hoeft dus niet elke keer helemaal luchtdicht.
  • Op (boeren)erven, of soms in een hoek van een perceel, zijn vaak rommelhoekjes aanwezig. Materiaal dat al langere tijd niet gebruikt wordt zoals een voorraad stenen, dakpannen, banden of andere spullen. Dit zijn perfecte schuilplaatsen voor predatoren. Het opruimen van dit soort rommelhoekjes, maakt overbrugging van de winterperiode voor predatoren al minder gemakkelijk.
  • Bosjes en bomen in het veld vormen voor predatoren een ideale schuilplaats, een plek om te overwinteren, of een nest in te bouwen. Het weghalen van dit soort bosjes, beperkt het aantal predatoren dat kan overleven.
  • Grenst (natuur)land aan water, dan is het advies de hoeveelheid riet te beperken. Maaien is een goede optie, maar zorg dan ook voor het verwijderen van het gemaaide riet, want een bult gemaaid riet vormt juist een nieuwe ideale schuilplek. Hou bij het maaien rekening met het feit dat ook andere dieren, zoals hazen en reeën, deze locaties gebruiken voor overwinteren en overnachten.
  • Regelmatig treffen we in het land nog een ongebruikt melkhokje of ander schuurtje aan, dat soms zelfs op instorten staat. Deze bouwsels vormen een schuilplaats voor predatoren. Afbreken en opruimen is het advies.
  • Vraag uw nazorger alle waarnemingen van predatoren te registeren in het systeem van de BFVW. Uiteindelijk geeft dit een goed beeld van welke predatoren er in Friesland actief zijn en in welke aantallen.
  • Heeft u of uw nazorger aanwijzingen dat er predatoren actief zijn op of rond uw percelen, vraag dan de jager hier actief actie op te ondernemen. Heeft u vragen neem dan contact op met de Faunabeheereenheid (FBE) Fryslân.
  • Heeft u één of meerdere katten op uw erf lopen. Laat deze steriliseren en doe ze een halsbandje met een belletje om. Kuikens in het land, poes in de mand. Voor meer info zie poesindemand.nl Lopen er zwerfkatten of verwilderde katten op of rond het erf informeer dan uw jager.

Al deze simpele en kleine maatregelen maken het de natuurlijke vijand van de weidevogel een stuk moeilijker. En dragen zo dus indirect maar effectief bij aan het in stand houden van de populatie weidevogels.

Op de voorpagina van de Leeuwarder Courant heeft u onlangs kunnen lezen dat de provincie Fryslân voornemens is om vanaf 2022 een onderzoeksplicht in te stellen voordat boeren hun land mogen bewerken. In het artikel is een kaart gepubliceerd van het door de provincie ingetekende leefgebied ‘Open Grasland’, welke terug te vinden is in het provinciale natuurbeheerplan. Dit is het zoekgebied waarbinnen pakketten weidevogelbeheer via het stelsel ANLB (agrarisch natuur- en landschapsbeheer) kunnen worden afgesloten.

Een goede samenwerking met boeren, TBO’s en nazorgers in het gebied is cruciaal voor de bescherming van de weidevogel. Collectief Súdwestkust is content met de goede samenwerking tussen vogelwachters, boeren en TBO’s bij het beschermen van de weidevogel in het werkgebied van collectief Súdwestkust.

Wij herkennen ons niet helemaal in het geschetste beeld dat boeren niet mee willen werken. Als bestuur van collectief Súdwestkust distantiëren wij ons van dit idee om een onderzoeksplicht in te stellen. Wij zien liever dat er bijvoorbeeld een gedragscode komt waarover al langere tijd wordt gesproken.

Sinds 2004 houdt de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) de burgerlijke stand bij van de grutto’s in ZW Friesland; nergens in Nederland weten we zo precies hoe de situatie er voor staat. De beheerders in dit gebied beschikken daardoor over de beste kennis voor hun beheersvragen. En op basis van dit soort informatie wordt beleid gemaakt waarvan de weidevogels in heel Nederland profiteren. In 2021 willen we deze basismetingen doorzetten op een vergelijkbare wijze als voorgaande jaren, maar in combinatie met monitoring van de hele leefgemeenschap waar de grutto deel van uit maakt. We kijken daarom onder andere naar het voedsel voor volwassen grutto’s (wormen) en hun kuikens (insecten) maar ook naar hun predatoren én alternatieve prooien in het Friese weidelandschap. Hieronder willen we u meer vertellen over de basis van dit grote project, namelijk het monitoren van de overleving van kuikens, adulten en het nest succes binnen de grutto populatie.

Onderzoeksgebied
Ons onderzoeksgebied is zo gekozen dat we een gebalanceerde afwisseling hebben van gebieden met gangbaar agrarisch gebruik met een zeer lage dichtheid aan grutto’s en daartussen extensief agrarisch beheer (en ingericht als weidevogelgebied); een goede afspiegeling van hoe dat op veel plaatsen in Nederland is. Onze metingen leveren inzicht hoe het komt dat de populatie krimpt of in de toekomst hopelijk weer groeit. Deze informatie kan worden gekoppeld aan grondgebruik en ook aan de andere metingen aan voedsel en predatoren die we verzamelen. Hiermee kunnen we dus gericht bepalen waar de kansen en problemen liggen voor de grutto.

2004 werd de studie kleinschalig gestart op de Workumerwaard (zie kaart links; blauw). In 2007 werd het groene en het gele deel toegevoegd en in 2012 werd het gebied verder uitgebreid in de rode polders. Dit type onderzoek is door het vele veldwerk enorm arbeidsintensief; het onderzoeksgebied is daarom onderverdeeld in deelgebieden. In elk van deze gebieden is een medewerker van de RuG verantwoordelijk voor het veldwerk en contacten met boeren, nazorgers, jagers en TBO’s

Wat gaan we doen?
De tabel hiernaast laat het onderzoek zien dat we gepland hebben voor 2021 aan de grutto populatie. Hieronder leggen we meer uit over elke activiteit en wat het voor kennis oplevert.

Maart-april: in de vestigingsfase lokaliseren we de grutto’s en lezen we waar mogelijk individuen af met een unieke combinatie van plastic kleuringen, vergelijkbaar met het systeem van een oormerk bij koeien (voor foto’s zie bladzijde 3 in de onderstaande PDF). Deze informatie is essentieel om de overleving van de grutto’s te kunnen schatten: wie zie je terug en wie niet? Zo weten we met terugwerkende kracht ook op welke plekken kuikens succesvol uitgevlogen zijn. Hiernaast bepalen we de populatiegrootte van de grutto’s door in april drie gebiedsdekkende tellingen uit te voeren. Ieder perceel wordt minstens eenmaal per week bekeken, veelal vanaf wegen en kavelpaden.

April-juni: in de broedfase worden in samenwerking met lokale vrijwilligers (nazorgers) nesten gezocht. De nesten worden ingemeten en de uitkomstdatum wordt bepaald door een ei te ”lotteren”. Van een afstand stellen we vast of er gekleurringde vogels bij het nest horen. Om de gekleurringde populatie op peil te houden worden jaarlijks nieuwe vogels gekleurringd. Ongeveer 80 daarvan krijgen, verspreid over het broedseizoen en type beheer, vlak voor het uitkomen van de eieren een kleine radiozender van 0.9 gram. Deze wordt op de rugveren geplakt en blijft op de vogel tot aan de rui en valt er dan weer af. In het hele onderzoeksgebied krijgen bovendien jaarlijks 5 nieuwe vogels een satellietzender (4.5 gram) om het aantal vogels met een zender rond de 20 te houden waarmee we het habitatgebruik langs de hele trekroute kunnen volgen en bedreigingen in kaart brengen. Nestbezoek blijft zo veel mogelijk beperkt tot de fase vlak voor het uitkomen om de kans op predatie te minimaliseren.

Mei-15 juli: in de kuikenfase worden primair de nesten van de vogels met een radiozender bezocht vanaf het moment van verwachte uitkomst, zodat de jongen in het nest kunnen worden geringd. Alle andere gevonden nesten worden maximaal 4 dagen na de verwachte uitkomstdatum bezocht om het uitkomstsucces te bepalen. De aanwezige kuikens worden geringd met een unieke codevlag. De gezenderde families worden om de 5 dagen opgezocht met behulp van een radioantenne tot het moment dat de kuikens vliegvlug of dood zijn. Hiermee kunnen we het uitvliegsucces bepalen en vast stellen wat het beheer is op percelen die door gruttogezinnen gebruikt worden.

Hoewel de precieze timing afhankelijk is van het verloop van het seizoen, wordt tussen eind mei en half juni in samenwerking met lokale vrijwilligers een drietal alarmtellingen over het hele studiegebied uitgevoerd als benadering van het broedsucces van de hele populatie (BTS). Groepen op gemaaid grasland worden gecontroleerd op gekleurringde individuen en we proberen van zo veel mogelijk uitgevlogen kuikens de codevlag af te lezen zodat we leren waar het beheer succesvol geweest is.

Auteur: Rienk Fokkema | r.w.fokkema@rug.nl